Wat mindfulness mij echt heeft geleerd? Mildheid.

Soms vragen mensen mij: “Wat heeft de beoefening van mindfulness met jou gedaan?”

Eerlijk gezegd wist ik daar heel lang geen goed antwoord op. Niet omdat het me niets heeft gebracht, integendeel, maar juist omdat het effect zo geleidelijk kwam. Geen grote inzichten of spectaculaire veranderingen, maar langzaam, bijna stilletjes, begon er iets te verschuiven.

En nu, als ik daar met wat afstand naar kijk, besef ik: wat mindfulness mij het meest heeft geleerd, is mildheid. Mildheid voor de mensen om me heen. Voor als iemand kortaf is, of zich anders gedraagt dan ik zou willen. Vroeger kon ik daar sneller in blijven hangen — geïrriteerd zijn, me afvragen waarom iemand ‘zo doet’. Of dat het misschien aan mij lag… Nu lukt het me vaker om gewoon even te pauzeren, te voelen: misschien heeft die ander het moeilijk, misschien weet ik niet alles. Er komt meer ruimte voor zachtheid.

Maar misschien wel het belangrijkste: ik ben milder geworden voor mezelf.

Voor hoe îk me voel, wat ik denk, wat ik wel of juist niet voor elkaar krijg. Vroeger vond ik al snel dat ik ‘anders’ moest zijn. Rustiger, vrolijker, sterker. Nu merk ik dat ik mezelf steeds vaker gewoon laat zijn zoals ik ben. Als ik me rot voel, hoef ik dat niet meteen op te lossen. Als mijn hoofd vol zit, mag dat ook. En als het even allemaal niet lukt — dan is dat ook oké.

Dat is misschien wel het mooiste wat mindfulness me heeft gegeven: de ruimte om mezelf toe te laten, te zijn, zoals ik ben. Niet perfect, niet altijd in balans — maar echt. Perfect met ál mijn imperfecties.