Ik liep met een vriendin op het strand en we verwonderden ons over de hoeveelheid schelpen. Bij het zien van een speciale vorm zei ze: ‘Die vorm doet me altijd denken aan het logo van een tankstation. Het brengt herinneringen in me naar boven van vakanties vroeger met mijn ouders. Als we onderweg dat symbool tegen kwamen, werd ik altijd heel blij. Blij omdat ik gerustgesteld was omdat we dan konden tanken en we dus verder konden rijden maar onze vakantiebestemming én blij omdat we meestal wel wat lekkers te eten of te drinken kregen.’ Ze pauzeert even en zegt dan: ‘Later als volwassene hoor je dan allerlei verhalen over dat bedrijf en sowieso al dat gedoe in de wereld over olie en zo… Nu word ik er dus niet meer zo blij van…’

Wat jammer! Was mijn eerste gedachte.

Het horen van de verhalen gaven mijn vriendin een andere kijk op het bedrijf, met die kennis kan ze nu een keuze maken om er wel of niet meer naar toe te gaan. Maar het hoeft naar mijn mening zeker niet haar bijzondere herinnering uit haar jeugd te bederven en de blijdschap die ze nog steeds ook voelt bij het zien van de schelp, want eigenlijk staat het ene los van het andere.

Want zou het ook naast elkaar kunnen en mogen bestaan? En – en. En mag je dan ook kiezen voor het mooie, die blije herinnering? In dit geval zou ik dat zéker doen; het strand ligt dan namelijk vol met die blije herinnering – wat een overvloed!