Ach, waarom heb ik die vrouw op de fiets eigenlijk niet voor laten gaan?, bedacht ik me toen ik al een paar minuten stilstond voor het stoplicht met de auto. Ik keek in mijn achteruitkijkspiegel en zag dat ze nog steeds probeerde over te steken.

Die ochtend was ik te laat opgestaan en moest ik naar een afspraak. Ik was bang dat ik te laat zou komen. Daarom liet ik haar niet voor. Maar achteraf gezien maakte het helemaal niets uit. Ik stond nog steeds te wachten voor het stoplicht en zij stond nog steeds te wachten om over te steken.

Vaak denken we dat we door dingen snel snel te doen eerder op onze bestemming zijn. Geen geduld hebben voor die medeweggebruiker, een paar minuten tijd proberen in te halen… Maar vaak valt dat tegen.

Nee, wat heb je eigenlijk aan haast? vroeg ik me af, terwijl ik daar in de auto zat. Haast helpt je vaak helemaal niet om sneller vooruit te komen. Sterker nog: als je je opgejaagd voelt, gaan er juist gemakkelijker dingen mis. Je vergeet iets, maakt een foutje of moet later iets opnieuw doen. En ondertussen staat je hele systeem op scherp. Maar hoe bewaar je je rust op het moment dat je je opgejaagd voelt? Als je het idee hebt dat je te laat zult komen en dat alles eigenlijk sneller moet? Vaak helpt het mij om dan tegen mezelf te zeggen: Ik ben onderweg. Het maakt niet meer uit dat ik nu misschien te laat kom. Ik ben onderweg. Meer dan dit kan ik op dit moment niet doen.

Tijdens mijn opleiding zei mijn leraar een keer: ‘Mindfulness is niet gebaat bij haast.’ Die zin is me bijgebleven. Want mindfulness gaat niet over zo snel mogelijk ergens komen. Het gaat juist over aanwezig zijn bij wat er nu is. En één van de houdingskwaliteiten die daarbij hoort, is geduld. Geduld betekent niet dat je passief achteroverleunt of dat je niets meer hoeft te doen. Het betekent eerder dat je kunt toelaten dat dingen hun eigen tijd nodig hebben. Dat je niet steeds hoeft vooruit te lopen op het volgende moment. Misschien is dat wel precies wat we zo gemakkelijk verliezen als we haast hebben: het contact met het moment waar we daadwerkelijk in zijn.

En dus probeer ik mezelf steeds vaker, als ik merk dat de haast me overneemt, eraan te herinneren:
ik ben onderweg.